Het doodsproces

Ustadh Saoed Khadje
Docent Dar-al-'Ilm - Instituut voor Islam Studies

Als een gelovige op het punt staat om deze wereld te verlaten en over te gaan naar de Volgende Wereld, dan dalen de engelen uit de hemel af met gezichten die stralen als de zon en zitten om hem heen in een menigte zover het oog reikt.
Dan komt de Engel des Doods en zit bij zijn hoofd en zegt: "Goede ziel, kom naar buiten naar de vergeving en het genoegen van Allah!
En de ziel verschijnt, zoals een druppel water uit een waterzak stroomt en de engel pakt hem vast. Als hij hem gepakt heeft, laten de andere engelen hem geen moment in zijn hand. Zij nemen hem en plaatsen hem in een geparfumeerd kleed en de geuren daarvan lijken op de zoetste geur van muskus, die op aarde gevonden kan worden.

Dan dragen ze hem naar boven (naar de hemelen) en telkens als zij langs een groep engelen komen, vragen die: "Wie is deze goede ziel!" en de engelen met de ziel (bij zich) antwoorden: "Die en die, de zoon (of dochter) van die en die" en zij gebruiken de mooiste namen waarmee de mensen hem in deze wereld hebben genoemd.
Zij brengen hem naar de laagste hemel en vragen of er een poort voor hem kan geopend worden. Die wordt voor deze ziel geopend, en de engelen van elke hemel, die dicht bij Allah staan, begeleiden hem naar de volgende hemel tot deze de hemel bereikt, waar Allah, de Grote, is. Allah (de Verhevene) zegt: "Schrijf het boek van mijn dienaar in Illiyoen in en breng hem terug naar de aarde. Ik heb hen daaruit geschapen en ik breng hen daar weer naar toe en ik breng hen daar (vervolgens) weer uit voort."

De ziel wordt dan weer naar het lichaam gebracht en wordt tussen het lijkkleed en het lichaam geplaatst zodat de ondervraging kan plaatsvinden. Twee engelen genaamd Moenkar en Nakir komen naar hem toe. Zij laten hem zitten en zeggen tegen hem: "Wie is uw Rabb/Heer (Degene die u aanbeden heeft)?" Hij antwoordt: "Mijn Heer is Allah." Zij vragen hem: "Wat is uw Dien/godsdienst (hoe heeft u geleefd)?" Hij antwoordt: "Mijn godsdienst is Islam (ik heb geleefd in onderwerping aan de Wil en Geboden van Allah)." Zij vragen hem: "Wie is deze man/persoon die tot u was gestuurd?" Hij antwoordt: "Muhammad, de boodschapper van Allah." Zij vragen hem: "Hoe bent u dit te weten gekomen?". Hij antwoordt: "Ik las het Boek van Allah, geloofde erin en verklaarde (getuigde) dat het waar was."
Dan verklaart een stem uit de hoogte: "Mijn dienaar heeft de waarheid gesproken, spreidt daarom de tapijten uit de Tuin (Paradijs) voor hem uit en open de poort van de Tuin voor hem!".
Vervolgens komt er wat van de geur en het parfum van de Tuin (Paradijs) bij hem en zijn graf breidt zich uit zover het oog reikt.
Dan komt er (in de gedaante van) een persoon naar hem toe met prachtige kleding en een zoete geur en zegt: "Verheug u in dat wat u pleziert, want dit is de dag welke u beloofd is." Hij (de ziel) vraagt: "Wie bent u? U heeft een uiterlijk dat veel goeds voorspelt." 
Hij antwoordt: "Ik ben uw daden welke goed zijn." Daarop zegt hij (de ziel): "O Heer, laat het Laatste Uur spoedig slaan, zodat ik verenigd kan worden  met mijn familie en bezittingen."

Als een ongelovige (ontkenner van Allah en Zijn laatste openbaring van de Koran aan de profeet Muhammad - vrede zij met hem) op het punt staat om deze wereld te verlaten en naar de Volgende Wereld overgaat, komen engelen met zwarte gezichten en ruig haar en kleding uit de hemel naar beneden en zitten in grote menigte om hem heen, zover het oog reikt. Dan komt de Engel des Doods en gaat bij zijn hoofd zitten en zegt: "Slechte ziel, kom eruit, naar de wraak en de woede van Allah!"
De ziel (wil het lichaam niet verlaten en) verdeeld zich over het hele lichaam en wordt (daarom) uit het lichaam getrokken zoals een spie uit natte wol wordt getrokken (waardoor alles uiteen wordt getrokken). Wanneer de engel hem te pakken heeft, laten de andere engelen hem geen moment in zijn hand. Zij nemen hem en wikkelen hem in een ruw kleed waar een stank van af komt, erger dan de ergste stank die te vinden is in deze wereld.

Dan nemen ze hem naar boven en telkens als ze voorbij een groep engelen komen, vragen dezen: "Wie is deze slechte (verdorven) ziel?" en de engelen met de ziel (bij zich) antwoorden: "Die en die, de zoon (of dochter) van die en die" en zij gebruiken de ergste benamingen die de mensen op deze wereld hem hebben gegeven. Dan brengen ze hem naar de laagste hemel en vragen of de poort voor hem geopend kan worden. Deze wordt niet voor hem open gemaakt; "De poorten van de hemel zullen niet worden geopend, noch zullen zij in het paradijs komen, tot een kameel door het oog van een naald gaat.
Dan zegt Allah, de Almachtige en de Majesteitelijke: "Schrijf zijn boek in sidj-djien in, in de diepste aarde." Daarna wordt de ziel naar beneden gesmeten.

Dan keert zijn ziel naar zijn lichaam terug en (de) twee engelen (Moenkar en Nakir) komen naar hem toe en zeggen tegen hem: "Wie is uw Rabb/Heer?" Hij antwoordt: "Helaas, helaas, ik weet het (antwoord) niet!" Dan klinkt een stem uit de hoogte en zegt: "Mijn dienaar heeft gelogen, spreid dus de tapijten van het Vuur voor hem uit en open de poort van het Vuur (de Hel) voor hem!"
Daarna komt er een hete wind naar hem toe, zijn graf wordt zo nauw voor hem, dat zijn ribben in elkaar samengeperst worden en er komt (in de gedaante van) een persoon naar hem toe met een afschuwelijk uiterlijk en kleding en een vieze geur en zegt: "Wees bedroeft over de rekening, die u in schande heeft gebracht, want dit is de dag die u beloofd werd." Hij (de ziel) vraagt: "Wie bent u? U heeft een uiterlijk dat kwaad voorspelt."
Hij antwoordt: "Ik ben uw daden welke slecht zijn." Daarop zegt hij (de ziel): "O Heer, laat het Laatste Uur niet komen."

Overgeleverd in de hadithverzamelingen van Imam Ahmad b. Hanbal; Abu Dawud; Al-Albani (Sahih al-Djami’)

Daralilmlogo1

Wil je meer leren over de Islam? V olg dan een studie bij ons.

De ziel

In de religieuze teksten worden twee termen gebruikt om naar 'de ziel' te verwijzen: roeh en nafs. In feite worden beide termen afwisselend gebruikt, verwijzend naar de ziel. Er wordt echter ook een nuance gegeven. Om het simpel te houden; roeh is de ziel zelf. Oftewel de ziel van zichzelf. Met nafs wordt bedoeld: de ziel die in het lichaam huist. Op het moment dat iemand leeft of wakker is, dan zit de ziel in diegene en wordt er gesproken over nafs. Als de ziel los komt van het lichaam, bijvoorbeeld tijdens slaap of overlijden, dan spreken we over roeh.

Rabb

Het woord Rabb draagt verschillende betekenissen, afhankelijk hoe het wordt gebruikt. De geleerde Al-Raghib al- Isfahani (d. 425H/1034C) heeft in zijn werk Al-Mufradat (over 'de losse terminologieën in de Koran') een aantal betekenissen gegeven, waaronder:

  • Onderhouder, Verzorger, Voorziener, Onderwijzer: Degene die alles schenkt en mogelijk maakt om de te kunnen bestaan
  • De Aanbedene: Degene die gediend wordt
  • Heer, Meester, Autoriteit: Degene die met het hoogste gezag bekleed is
  • Als verwijzing naar Allah (god)

Dien

"Dien" wordt doorgaans vertaald als religie of godsdienst. Dat is zeker één van de betekenissen ervan. Het verwijst in principe naar de wijze waarop iemand zijn leven inricht. In geval van de Islam is het dat iemand zijn leven inricht en handelt naar de geloofsovertuiging, morele waarden, maatstaven en voorschriften van de Islam.

Moenkar en Nakir

Dit zijn twee engelen die in overleveringen (hadith) worden genoemd met als taak iedere ziel te ondervragen in het graf. Hun namen zijn afgeleid van het woord nakira, hetgeen betekent: ontkennen; schokkend zijn; slecht, afschuwelijk of weerzinwekkend worden. Het woord moenkar verwijst letterlijk naar "iedere daad die als slecht, verdorven, afschuwelijk, gruwel of wandaad wordt beschouwd". Nakir betekent: "afkeuring, of hetgeen daar op lijkt". Ze worden in overleveringen beschreven als zijnde blauwig-zwart van kleur, met zware stemmen die dreunen als donderslagen, ogen die als bliksem flitsen en zij hebben slagtanden waarmee zij in staat zijn de aarde in stukken uiteen te scheuren. Deze beschrijvingen zijn te vinden in onder andere Al-Tirmidhi en Musnad Ahmad (b. Hanbal). En Allah weet het het beste.

Deze persoon die tot u kwam...

Als de overledene wordt ondervraagd, dan weet diegene wie er wordt bedoeld met "wie is deze persoon die tot u is gekomen (of gezonden)". De gedachte dat de profeet Muhammad (vrede zij met hem) in het graf zou verschijnen is een interpretatie die bij bepaalde groepen onder de moslims voorkomt. Hier is echter geen bewijs voor en is gebaseerd op veronderstellingen. Een dergelijke overtuiging is niet van de soennah.

Kwelling van het graf

De kwelling of bestraffing van het graf wordt in het Arabisch 'adhaab al-qabr genoemd. Het is een werkelijkheid waarvoor de Profeet (vrede zij met hem) heeft gewaarschuwd. Een moslim dient dit niet te ontkennen.

Zien van de kwelling

Als men een graf zou openen en men zou kijken naar een lijk, dan zou men daar niet van kunnen afzien dat het meemaakt wat in de overleveringen staat. Dat klopt, want hetgeen de ziel meemaakt is in de barzakh-wereld en is voor ons oog niet te zien.

De Barzakh wereld

 Om het simpel te houden: wanneer iemand sterft gaat diegene's ziel naar een 'tussenwereld' die gescheiden is van deze wereld. Er is een barrière tussen, zodat de dode zielen niet meer terug kunnen komen op aarde. Barzakh staat ook voor "barrière of scheiding waarin het één niet kan overgaan in het ander". Al de overleden zielen verblijven daar tot het moment dat de dag des Oordeels en de Wederopstanding plaatsvindt (s. 23:99-100). Daarin is geen tijdsbesef zoals men deze hier op aarde kent. En Allah weet het het beste.

Smeekbede

De Profeet (vrede zij met hem) maakte vaker een smeekbede, ook tijdens zijn gebed, waarin hij vroeg om bescherming tegen de kwelling van het graf.