De 15e van de maand Sha'ban

Saoed Khadje
Docent Dar-al-'Ilm - Instituut voor Islam Studies

Tegenwoordig zien wij dat er bijzondere waarde wordt gehecht aan het doorbrengen van de 15e van Sha'ban middels vasten en bidden. Moskeeën organiseren bijeenkomsten om onder andere speciale gebeden te verrichten, dhikr te doen en vergiffenis te vragen. Maar er wordt ook gezegd dat dit 'vieren' of 'gedenken' een verzinsel zou zijn die in de religie is geslopen: een bid'ah.  Hoe zit dat nu?

Overleveringen over de 15e van Sha'ban

Geleerden verschillen met elkaar van mening over de middelste nacht van de maand Sha’ban. Er zijn geleerden die van mening zijn dat alle overleveringen die hier betrekking op hebben zwak zijn qua betrouwbaarheid, terwijl er anderen zijn die van mening zijn dat er één authentieke (betrouwbare) overlevering is.

Vasten in de maand Sha'ban

Eerst iets over de maand Sha’ban. De profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) heeft aangegeven dat na de Ramadan de beste vasten die in de maand Sha’ban is. De profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) hield er ook van om in deze maand te vasten en Aisha, de vrouw van de profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem en moge Allah tevreden zijn met haar), zei ook dat zij de Profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) nooit zo vaak zag vasten als in Sha’ban. De Profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) heeft echter ook gezegd dat we vanaf de tweede helft van Sha’ban niet meer moeten vasten. [Abu Dawud, e.a.], tenzij iemand gewend is te vasten op bijvoorbeeld de maandag en donderdag.

Het midden van Sha’ban, de deugden ervan en de betrouwbaarheid van de ahadith

Met betrekking tot het midden van Sha’ban is er veel gezegd. Ik kan niet alles hier opsommen, dus ik zal mij beperken tot een aantal belangrijke punten. Het eerste wat gezegd moet worden is dat Laylat an-nisf min Sha’ban – de 15e nacht van Sha’ban – een belangrijke en zeer deugdzame nacht is. Hier zijn geleerden het over het algemeen over eens, behalve enkele geleerden die de deugdzaamheid van deze nacht absoluut niet willen erkennen, vanwege de zwakte van de overleveringen.

Er zijn een behoorlijk aantal overleveringen betreffende de deugden van deze nacht, maar zoals gezegd is het probleem dat de teksten die hier over spreken van onbetrouwbare kwaliteit zijn. In de shariah is bovendien gesteld dat we niet een ritueel of geloofselement kunnen baseren op onbetrouwbare of twijfelachtige teksten. Het is ondertussen duidelijk bewezen vanuit de studies van hadithonderzoek, dat de overleveringen die vermelden dat er bepaalde rituelen of gebeden verricht dienen te worden in deze nacht allemaal onecht zijn (mawdoe’) of dat het lot op die nacht bezegeld wordt. De rest van de teksten over de 15e van Sha’ban zijn geclassificeerd als zwak (da‘if). Hoe naar deze teksten gekeken en gehandeld wordt zorgt voor de verwarring.

Wat gebeurt deze nacht?

Zoals gezegd is één hadith die betrouwbaar (sahih) wordt geacht. Deze staat onder andere vermeld in de hadithverzamelingen van Al-Tirmidhi en al-Bazzar. Daarom moet deze onder de loep worden genomen en ik zal hem in transliteratie meegeven. Er is overgeleverd op gezag van Abu Huraira, Aisha en andere metgezellen dat de profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd:
Yoettali‘oe Allahoe ilaa galqihi lailatan nisfi min Sha’baan, fa yaghfiroe li djamie-‘i galqihi il-la li moeshrikin aw moeshaahin.
“Allah kijkt in de middelste nacht van Sha’ban naar Zijn schepping, en Hij vergeeft alles (en iedereen) van Zijn schepping, behalve een moeshrik of een redetwister.”

Moeshrik = iemand die shirk doet: iets of iemand anders dan Allah vereert, hetzij mens, dier of iets van de natuur. In geval van het vereren van een mens, kan dit zijn betreffende iemand die nog leeft of iemand die is overleden (bijv. ‘heiligen’). Shirk kent ook andere aspecten of vormen, zoals valse trots, hoogmoed, je beter voelen dan anderen (riyaa en kibr), bijgeloof en je vertrouwen, bewust of onbewust, in iets anders dan Allah plaats. Hierbij valt dan te denken aan het geloof in toekomstvoorspellingen, horoscopen etc., en ook het dragen van amuletten (ta’wiz) ter bescherming (al dan niet voorzien van Koranteksten daarin), het dragen van de ‘Fatima-handjes’, het plaatsen van een Korantekst in bijvoorbeeld je auto zodat jij ‘beschermt’ bent. Het gaat hier om het geloof dat je jezelf afhankelijk stelt van, of beschermd voelt door iets of iemand anders dan Allah. De profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) heeft dit duidelijk verboden. Er zijn meerdere betrouwbare overleveringen hierover, maar uitweiden hierover neemt veel ruimte en maakt verder geen deel uit van de oorspronkelijke vraag rondom Sha’ban welke hier wordt uitgelegd.

Moeshaahin = redetwister, iemand die twistziek is. Iemand die constant wilt redeneren, bekvechten, beter wilt weten, zichzelf wilt laten gelden, wilt discussiëren. Het gevolg van deze actie is dat mensen onderling afkeer van elkaar beginnen te krijgen, of dat iemands reputatie wordt besmeurd, zonder dat diegene de kans krijgt zichzelf te ‘verdedigen’.

Deze hadith geeft aan dat deze nacht een bijzondere gunst of voordeel bevat. Maar het is alleen Allah die kennis heeft hierover en wat de reden is hiervoor. Deze hadith zegt echter niet om enig speciale daad van ‘ibaadah (aanbidding, gebeden, smeekbeden) te doen in deze nacht of de dag die daarop volgt. Dat is niet wat uit deze hadith te halen is. Dat moet als eerste duidelijk zijn. Deze hadith spoort in feite alleen dat het belangrijk is om alle shirk (afgoderij, bijgeloof, vereringen anders dan aan Allah, etc.) en onderlinge haat of afkeer tussen moslims weg te doen, om zo Allah’s enorme vergeving te kunnen verdienen.

Misvattingen rondom de 15e van Sha’ban

Op basis van zwakke of onechte teksten, of wat mensen er zelf van maken qua riuelen, zijn er meerdere misvattingen rondom deze 15e Sha’ban.

Het lot wordt deze dag bepaald 
Eén van de misvattingen is dat men gelooft dat dit het moment is dat Allah zijn bepaling kenbaar maakr wat er in dat komende jaar zal geschieden: o.a. wie geboren zal worden, wie zal sterven en wie beschermd zal worden tegen bestraffing en het Hellevuur. Deze nacht worden dan ook wel Lailatoel Bara`ah (Arabisch), Shab-e-Barat (Urdu) en Soebraat (bij Surinaams-Hindostaanse moslims) genoemd. Dit verwijst naar de nacht waarin wordt beoordeeld wie gered wordt van het Hellevuur en bestraffing. Hadithgeleerden hebben door de tijd heen aangegeven dat dit niet klopt en dat teksten hierover verzonnen is. Het geloof hierin is onacceptabel en is bovendien in strijd met de Koran. De nacht waarin alles wordt bepaald is namelijk Lailatoel Qadr, de nacht van Qadr (nacht van bepaling, maat, macht, kracht). We weten dat deze nacht in de Ramadan valt.

Zielen van de doden komen hun familie bezoeken
In bepaalde religieuze kringen wordt geleerd dat in deze nacht de zielen van de overledenen komen ronddwalen op aarde. Zij zouden dan bij familieleden op zoek gaan naar zegeningen, door de smeekbedes die voor hen worden verricht. Dit is nergens op gebaseerd en is bovendien tegen de leer van de Islam. Als iemand is overleden dan gaat diegene’s ziel naar de Barzakh-wereld: een soort ‘tussenwereld’ tussen het wereldse leven en de Dag des Oordeels. Barzakh verwijst naar een scheiding waarbij men niet over kan gaan naar de andere zijde. Een overleden ziel keert dan ook niet meer terug naar de aarde en deze kan dus ook niet gaan ‘ronddolen’ in deze nacht. Veel mensen gaan specifiek op deze dag of in deze nacht richting de begraafplaatsen. Dit is niet van de soennah.

Bijzondere gebeden in deze nacht
Er zijn ook geen bijzondere gebeden in deze nacht, zeker niet als collectief. Als iemand zelf vrijwillig wil bidden en vergeving wil vragen, dan is daar op zich niet iets mis mee. Dat mensen samenkomen in moskeeën of elders, om deze 15e van Sha’ban te ‘vieren’, en in lange gebeden te staan, waarin soms zelfs tot duizend keer soerah al-Ikhlas (s.112) wordt gereciteerd, of door de volgende dag te gaan vasten omdat het de 15e is van Sha’ban, etc. is niet van de soennah. Er is geen enkel hard bewijs dat de profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) of zijn metgezellen (moge Allah tevreden met hen zijn) zulke daden hebben gedaan. En zij kenden de religie beter dan ons en zij waren getuigen van de openbaring.

Het nemen van de Profeet (vrede zij met hem) als leraar en voorbeeld

Als wij de profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) als ons voorbeeld hebben en hij heeft dit soort rituelen niet gedaan rondom de 15e Sha’ban, dan is het in feite niet meer dan logisch dat wij dit soort dingen ook niet horen te doen, al betreft het bidden tot Allah. Als wij er toch een ritueel van maken, dan lijkt mij dat wij kennelijk beter weten dan de profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) hoe wij de 15e zouden moeten doorbrengen. Dit is iets wat geen enkel weldenkende moslim zich zou kunnen voorstellen. Bovendien heeft de profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) gezegd dat wie iets doet (m.b.t. de religie of aanbidding) wat hij (vrede zij met hem) niet heef gedaan of heeft meegegeven om te doen van nul waarde is, het heeft geen zin om het doen, want het wordt niet van hem geaccepteerd. Hoe vroom de daad ook mag zijn en ongeacht wat de intentie is die iemand heeft daarbij. Als men iets doet in naam van religie waar geen basis voor is dat het zo is toegestaan met bewijs vanuit de Koran of soennah, dan kunnen wij zo een daad niet doen. Dit is wat gehoorzaamheid aan Allah en de profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) inhoudt. Doen wij het toch, dan volgen wij op dit punt niet de soennah, maar dat wat wij zelf graag willen doen, oftewel onze eigen verlangens en ego.
In de besproken hadith wordt door de profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) duidelijk aangegeven dat Allah in deze nacht degenen die (met elkaar) redetwisten niet vergeeft. Hoe dan betreffende een persoon die niet de soennah van de profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) hierin volgt en zich inlaat met zelf bedachte verzinsels en rituelen rondom de 15e Sha’ban, waarvoor geen enkel bewijs is voor de laatbaarheid ervan vanuit de Koran of de soennah, In feite probeert zo iemand in discussie te gaan met de profeet Muhammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) over wat op deze avond en dag moet gebeuren. Hoe kan zo een persoon dan worden vergeven?

Conclusie

Deze kwestie is uiteengezet omdat het bij veel mensen leeft. Hier is alleen een reminder en een advies gegeven richting onze dierbare broeders en zusters in de Islam. Niemand wordt iets opgelegd, maar de wens is ook niet dat iemand iets doet waar men geen weet over heeft. Uiteindelijk is iedereen verantwoordelijk voor zichzelf. Aan ons als docenten en da‘is (verkondigers) is het om over het geloof uit te leggen en de boodschap van de Islam kenbaar te maken; leiding komt van Allah. Moge Allah ons behoeden tegen misstappen en ons vergeven als wij deze begaan.

Bidden en vasten op de 15e Sha'ban

Er wordt een hadith toegeschreven aan 'Ali ibn Abu Talib (moge Allah tevreden met hem zijn), dat hij zou hebben gezegd: 
"Wanneer het het midden van Sha'ban is, blijf dan gedurende de nacht wakker in aanbidding en vast gedurende de dag." 

De betrouwbaarheid van deze hadith

Deze overlevering is opgenomen in de hadithwerken van Ibn Madjah, Imam Ahmad en Al-Baihaqi. Deze overlevering is extreem zwak (da'if djiddan) en volgens sommige hadithgeleerden zelfs te classificeren als verzonnen (mawdoe'). Er is ook slechts één keten die deze overlevering heeft doorgegeven.

In de keten van deze overlevering wordt Abu Bakr ibn 'Abdullah ibn Abi Sabirah genoemd als een overleveraar. Hij was de Mufti van Medina, een befaamd jurist en werd ten tijde van kalief Al-Mansur aangesteld als rechter (qadi) van Iraq. Hij was een tijdsgenoot van Imam Malik. Hij stond bekend als iemand die beschikte over hadith, maar zijn geheugen was niet van het niveau die standaard vereist werd, wilde een hadith als betrouwbaar worden aanvaard.
Dit is waarom de meerderheid van de hadithonderzoekers hem als zwak beschouwde, waaronder Yahya ibn Ma 'in, Imam Ahmad, Al-Nasa'i, Ibn 'Adi en Ibn Hibban. Dit is terug te vinden in de werken van Imam Al-Dhahabi in zijn Mizan al-I'tidal en van Ibn Hajr in zijn Tahdhib al-Tahdhib. Imam Al-Bukhari bijvoorbeeld beschouwde hem ook als zwak, maar zag hem niet als iemand die opzettelijk hadith verzon (door bijvoorbeeld te zeggen dat de Profeet een zeker iets zou hebben gedaan of goed zou hebben gevonden).