Imam Al-Bukhari en zijn studie in hadith

Ustadh Saoed Khadje
Dar-al-'Ilm - Instituut voor Islam Studies

Muhammad ibn Isma‘il ibn Ibrahim ibn al-Mughirah ibn Bardizba al-Bukharī al-Ju’fi (194–256H/810–870C)

Imam Al-Bukhari was van Perzische origine. De voorvader van Imam al-Bukhari heette Bardizbah en was een boer in de regio van Bukhara in het huidige Uzbekistan. Bardizbah’s zoon accepteerde de Islam middels de hand van Yaman al-Ju’fi en nam de naam Al-Mughira aan. Al-Ju’fi was toen de gouverneur van Bukhara. Van hem kreeg Al-Mughira het achtervoegsel (nisba) al-Ju’fi. Al-Mughira’s zoon heette Ibrahim en hij had weer een zoon die Isma‘il heette. 

Isma‘il werd een hadiethgeleerde, die erg vroom was en een zeer goede reputatie had vanwege zijn betrouwbaarheid. Toen Isma‘il sterf, liet hij een aanzienlijk fortuin achter voor zijn weduwe en twee zonen: Ahmad en Muhammad. Op het moment dat Isma‘il stierf was Muhammad nog een klein kind. Deze Muhammad, die later Imam Al-Bukhari zou worden, was altijd tenger gebouwd. 

Aanvankelijk begon de jonge Muhammad kennis op te doen via zijn moeder, maar terwijl hij nog steeds vrij jong was kwam hij in contact met de hadiethstudie. Toen Al-Bukhari de leeftijd van zestien jaar had bereikt (en dan was je in die tijd al volwassen), had hij de werken gememoriseerd van onder andere de geleerden Waki’ en ‘Abdullah ibn al-Mubarak.

Muhammad ibn Isma‘il al-Bukhari stond bekend om zijn goede geheugen. Hij kon zo goed onthouden dat veel geleerden over hem vertelden dat hij alleen maar één keer naar een werk hoefde te kijken, en dan onthield hij het al. Je zou dit tegenwoordig misschien als een extreem fotografisch geheugen kunnen noemen, en Allah weet dat het beste. Deze gave heeft hij in ieder geval gebruikt om de Islam te dienen, met name in het veld van de hadieth.

Toen hij zestien jaar was verliet hij Bukhara en ging naar Mekka toe voor de bedevaart. Hij verbleef daar enige tijd en schreef daar zijn eerste boekwerk. Nog voor hij achttien jaar oud was schreef hij zijn monumentale Tarikh al-Kabir. Tot op heden is dit een standaard bronnenwerk dat geraadpleegd wordt met biografieën van hadiethoverleveraars.

Imam Al-Bukhari heeft van veel leraren geleerd. Vroeger was leren in de islamitische wereld niet zoals dat tegenwoordig gebeurt. Om de studiecirkels van een geleerde bij te wonen, moest je eerst geaccepteerd worden en vervolgens ging je ‘persoonlijk’ in de leer. Je leerde dan ook letterlijk de overleveringen van de leraar. Pas als je alles, door-en-door, uit het hoofd kende, kreeg je toestemming om namens die leraar te spreken. Dit wil zeggen dat als je iets overleverde, je de naam van de leraar mocht gebruiken van wie je het had gehoord. De toestemming die je hiervoor kreeg werd ‘idjaza genoemd.

Imam Al-Bukhari kende naar eigen zeggen meer dan 600.000 ahaadieth. Dit betekende echter niet 600.000 afzonderlijke teksten. Een hadieth bestaat uit een isnaad en een matn. De isnaad of sanad is de keten van overleveraars tot aan de profeet Muhammad (vrede zij met hem) en de matn is de inhoudelijke tekst zelf. Een tekst (matn) of hadieth (overlevering) kan middels meerdere ketens (asaanid) zijn overgeleverd. Dat betekent dat meerdere mensen op de hoogte waren van deze overlevering. Iedere afzonderlijke sanad wordt geteld als een afzonderlijke overlevering (hadieth). Zo werd dus bijvoorbeeld één overlevering met vier ketens gezien als vier ahaadieth (overleveringen).

Enkele werken van Al-Bukhari

  • Sahih Al-Bukhari / Al-Jami' al-Sahih
    (compilatie van hadith)
  • Al-Adab al-Mufrad (over: hadithcollectie gericht op deugden)
  • Khalq Af'al al-'Ibad (over: theologische discussies en standpunten)
  • Raf' al-Yadain (over: verdediging van het opheffen van de handen voor en na de roekoe’ – buiging - in het gebed)
  • Qira'at khalf ul-Imam (over: het reciteren als je in het gebed achter een imam staat)
  • Al-Tarikh al-Kabir (over: historie)