Begrafenissen en de participatie van vrouwen daarin

Ustadh Saoed Khadje

In de kwestie rondom begrafenissen kunnen we aangaande vrouwen drie onderdelen kort benoemen:
[1] het participeren in het overlijdensgebed,
[2] het meelopen met de stoet tot aan de begraafplaats en
[3] het bezoeken van de graven. 

Deze worden per onderdeel uiteengezet.

[1] Participatie in het overlijdensgebed

Het algemeen standpunt is dat het vrouwen is toegestaan deel te nemen aan het overlijdensgebed, hetzij in een afzonderlijk of een gemeenschappelijk gebed. Er zijn overleveringen dat ‘Aisha en Umm ‘Abdullah (moge Allah tevreden met hen zijn) dit deden. De geleerde Imam An-Nawawi verklaarde dat vrouwen in gemeenschappelijke gebeden mogen deelnemen, net zoals dat bij andere sunnah gebeden het geval is. De rijen worden dan zo gevormd dat de mannen eerst staan, dan daarachter kinderen en dan daarachter de vrouwen. Al de soennitische rechtscholen houden de positie dat het toelaatbaar is, behalve de Maliki school die de mening houdt dat een vrouw het overlijdensgebed afzonderlijk dient te verrichten.

[2] Het meelopen met de stoet tot aan de begraafplaats

Over het meelopen met de stoet (en dus niet het feitelijke dragen of begraven van de overledene) is er een betrouwbare [sahih] overlevering van Umm ‘Atiyya vermeld door de Imams Al-Bukhari en Muslim. Daarin zegt zij dat de Profeet (vrede zij met hem) het hen niet toeliet of toestond om mee te lopen, maar dat hij daar niet strikt in was. De Profeet (vrede zij met hem) heeft het dus niet absoluut verboden, maar hij moedigde het ook niet aan. Als uitleg wordt gegeven dat de omstandigheden bij het meelopen met de stoet niet altijd gepast zijn voor vrouwen. Als de situatie echter zodanig is dat de vrouwen de stoet zouden kunnen volgen zonder dat zij helemaal tussen de mannen in komen te lopen en zonder dat zij worden ‘meegetrokken’ in de menigte en dat er ook geen situatie van verleiding is, dan zouden ze mogen participeren.

De algemene positie van de soennitische rechtscholen, de Hanafi, Shafi‘i en Hanbali rechtscholen, is dat zij allen de deelname van vrouwen in de begrafenisstoet afkeuren. De Maliki school keurt het daarentegen niet af dat een vrouw meeloopt met de begrafenisstoet (van een naaste), mits zij proper bedekt is en niet zorgt voor afleiding of verleiding. De jurist Ibn Hazm Al-Zahiri keurde het niet af en betwistte tevens de standpunten van de meerderheid dat het niet zou mogen.
Hoe het ook zij, de gewoonte/regel is geworden dat het eerder de mannen zijn die de stoet begeleiden. Dat vrouwen dit vermijden wordt als beter (tot zelfs verboden) geacht.

[3] Het bezoeken van de graven

Het bezoeken van de graven van overledenen werd aanvankelijk niet toegestaan door de Profeet (vrede zij met hem). Dit gold voor zowel mannen als vrouwen. Maar later stond hij het toe, zodat men zou gaan nadenken over de dood en natuurlijk de vergankelijkheid van het leven. [Sahih; Muslim, Abu Dawud] Voorheen zei men namelijk dingen op een begraafplaats of vroeg men zaken aan overledenen die ongepast waren. Toen de Profeet (vrede zij met hem) het later toeliet gaf hij aan dat men op de begraafplaatsen geen valse uitspraken diende te doen. [Sahih; An-Nasa’i] Men mag wel een smeekbede van vergiffenis maken voor de overledene.

De aanmoediging van de Profeet (vrede zij met hem) tot het bezoeken van de graven is een uitspraak gedaan in algemene bewoordingen. Hij sloot vrouwen toen niet daarvan uit. Het brengt immers dezelfde voordelen teweeg zoals dat bij mannen het geval is: het maakt het hart zacht, het brengt tranen in de ogen en het doet iemand herinneren aan het volgende leven. [Sahih; Mustadrak Al-Hakim]
‘Aisha begreep de toelating om de begraafplaatsen te bezoeken in de zin dat het ook was toegestaan voor vrouwen. Zij bezocht dan ook het graf van haar broer ‘Abdur-Rahman. Toen zij daarover werd gevraagd of dat wel mocht, gaf ze aan dat de Profeet (vrede zij met hem) het inderdaad eerder had verboden, maar daarna aangaf dat het bezocht mocht worden. [Sahih; Mustadrak Al-Hakim en Al-Baihaqi]
Een ander bekend voorval is toen de Profeet (vrede zij met hem) een vrouw zag huilen op de begraafplaats. Hij zei niet dat ze daar niet mocht zijn en hij liet haar ook niet weggaan. Hij zei daarentegen dat ze niet moest huilen en dat ze haar bewust moest zijn van Allah. [Sahih, Al-Bukhari]
Ibn Hajar, de bekende uitlegger van de Sahih Al-Bukhari, zet in Fath al-Bari uiteen dat de toelating voor vrouwen wordt ondersteund door deze overlevering.

Echter, dat vrouwen regelmatig de begraafplaatsen gaan bezoeken wordt niet toegestaan. De Profeet (vrede zij met hem) sprak schandelijk over (letterlijk: vervloekte) vrouwen die begraafplaatsen gingen bezoeken. [Sahih; Al-Tirmidhi, Ibn Madjah] Imam Al-Qurtubi wordt veelal aangehaald om zijn uitleg dat deze schande of vervloeking betrekking heeft op die vrouwen die herhaaldelijk begraafplaatsen bezoeken, hetzij om hun jammeren of omdat ze daardoor vaker afwezig zijn van huis of omdat ze daarbij vaak niet gepast gekleed zijn.

Wat betreft de standpunten bij rechtscholen is het algemeen bekend dat het bij Imam Malik en onder Hanafi geleerden wel is toegestaan en naar wat is vermeld van Imam Ahmad b. Hanbal, dat de meerderheid het ook toelaat op basis van de overlevering van ‘Aisha overgeleverd middels Abu Mulaika.

Meningsverschillen

We kunnen tegelijkertijd ook niet ontkennen dat er meningsverschillen zijn onder geleerden over het meelopen met de stoet of het bezoeken van graven. Er zijn geleerden die het volledig verbieden en zij kunnen dit baseren op basis van [1] hun begrip en benadrukken van de ‘vervloeking’ die de Profeet (vrede zij met hem) uitte, of [2] dat zij ervan uitgaan dat een vrouw emotioneel zwak is en daardoor vaak oncontroleerbaar is in haar uiten van verdriet, of [3] dat vrouwen over weinig wilskracht beschikken waardoor zij er een gewoonte van kunnen maken om begraafplaatsen te blijven bezoeken, of [4] dat deze geleerden hun visie op (de maatschappelijke rol van) vrouwen laten meewegen in het verbod.

Het kan tegelijkertijd ook zo zijn dat geleerden het toelaten, maar het kunnen verbieden als zij ervan uitgaan dat (bepaalde) vrouwen hun emoties niet onder bedwang kunnen houden en bijvoorbeeld luid of hoorbaar gaan huilen of wee-klagen. Maar ook wanneer zij zich niet proper gedragen, ongepast gekleed zijn of er een gewoonte van gaan maken.

Over het algemeen kan dus samenvattend over punt 3 over het bezoeken van de graven worden gesteld dat, net zoals de Profeet (vrede zij met hem) het eerst niet toestond dat mannen de begraafplaatsen gingen bezoeken, hij het vrouwen op gelijke wijze ook niet toestond. Toen hij het later wel toestond, gold dat eveneens voor zowel de mannen als de vrouwen. 

Desalniettemin zien we door de teksten die spreken over de schande of vervloeking aangaande die vrouwen die het herhaaldelijk bezoeken of er een gewoonte van maken, dat er een bepaalde afkeuring tot stand komt. Het verbod is niet absoluut, maar het wordt ook niet aangemoedigd.

Volg de studie

 Islam Agenda Koran Kaft Kaft2016